zaterdag 22 februari 2014

Voorjaar





Op bescheiden afstand parkeer ik mijn Peugeot 207 naast een oud model Mercedes. Enig verschil van stand mag er best zijn. Als de auto is afgesloten en ik mijn jas heb aangedaan loop ik naar de grasdijk van de Tiendgorzen. Vanuit het riet daarachter klinkt de driftige riedel van een cetti's zanger. Mijn ogen dwalen af naar een donkere gestalte die verderop langs het Haringvliet loopt. Het blijkt collega Marcel te zijn. Ik wacht op hem en samen lopen we naar de veerpont die ons samen met anderen naar Tiengemeten zal varen.
De temperatuur op het eiland is aangenaam en al keuvelend bereiken we Speelnatuur, waar het voorjaar haast letterlijk de grond uitknalt. Op diverse plekken bloeit het klein hoefblad, maar ook madelief en hondsdraf pronken met hun gekleurde blad.
Wanneer we later op de dag moe van het gaten graven en plaggen steken naar de lucht staren, hangt een torenvlak biddend boven een vermeende prooi. Tot drie keer toe laat het mannetje zich met een hoorbare plof op de grond vallen. Dan is het raak. Met een flinke muis tussen zijn klauwen vliegt hij naar een paal om hem te veroberen. Als hij later na zijn dis opvliegt, lopen wij naar de paal waarop de laatste resten, een nog warm stuk darm, van zijn maal kleven. Voorzien van een mooie ervaring varen we ‘s middags terug naar het vaste land. Een paartje grote zaagbek vliegt pal voor de pont langs. Deze dag kan niet meer stuk.

gras breekt het asfalt
de wind drijft wolken uiteen
zie - zonder woorden